Wat loop hard en komt (nog) niet vooruit: Gebedsmolen voor Nyerma
Een Ladakhi vader vertelde zijn dochter een raadsel. 'Het loopt hard maar komt niet vooruit. Wat is dat?' Het bleek een draaiende molensteen te zijn, die gerst tot meel maalt. De gebedsmolens in Ladakh tollen ook rond zonder zich te verplaatsen, maar wat zich binnenin bevindt, legt grote afstanden af en komt ten goede aan alle levende wezens. Iedereen die aan het Tibetaans boeddhisme denkt, dat deel uitmaakt van het dagelijks leven van de nonnen en veel anderen in Ladakh, denkt aan gebedsvlaggen. Ze wapperen bij kloosters, tempels, bergpassen en ook op de daken bij de mensen thuis. Ze zijn met heilige spreuken bedrukt en de wind die er langs strijkt, draagt goede wensen de wereld over. Even belangrijk zijn de gebedsmolens. Ze zijn er in allerlei maten en worden door handbewegingen, wind of waterkracht in beweging gebracht. De kleintjes zijn voor persoonlijk gebruik, ze zijn voorzien van een houten handvat en kunnen zittend of lopend gebruikt worden. De grotere versie, verticaal aangebracht op een vaste as, is vaak op een route aangebracht die naar een tempel of klooster leidt. Voorbijgangers kunnen de gebedsmolen(s) met de hand laten draaien.
Wat de grootte van een gebedsmolen ook is, het principe blijft hetzelfde. De cilinder is slechts het omhulsel, het belangrijkste schuilt binnenin, daar bevinden zich net als op de gebedsvlaggen heilige teksten. De molens worden met de wijzers van de klok mee rondgedraaid en bij elke wenteling worden de talloze gebeden en goede wensen de wereld in gezonden. De energie van de mantra's worden verspreid en komt dus niet alleen ten goede aan de persoon die de gebedsmolen gebruikt, maar aan allen op wie de zegeningen neerdalen. Eigenlijk hoort bij elk klooster wel een gebedsmolen het landschap te sieren.